Geschiedenis: Pauline Jaricot: gaan waar de noden het grootst zijn

Als je in Rome aan het prachtige Piazza di Spagna het imposante gebouw van Propaganda Fide ziet, zou je niet denken dat de Pauselijke Missiewerken die hier zetelen, ooit begonnen zijn op initiatief van een enkele jonge vrouw: Pauline Jaricot. Tegenwoordig voor de meesten van ons onbekend. Wie was deze vrouw? En wat bewoog haar?

 

Jeugd

Pauline Jaricot wordt in 1799 in Lyon (Frankrijk) geboren als dochter van een rijke koopman. Vanaf haar vroegste jeugd kreeg ze een ‘goede’ christelijke opvoeding. Na herstel van een ernstige ziekte en het overlijden van haar moeder in 1816 besloot Pauline om God te dienen en zich te wijden aan diegenen die zich om het katholieke geloof bekommerden. Ze legde voor zichzelf de gelofte van kuisheid af en ging zeer eenvoudig leven.

 

Gebed en actie

Vandaag de dag zouden wij, nuchtere Nederlanders, haar diepe vroomheid misschien dweperij noemen. Maar daar moeten we mee oppassen. Haar vroomheid ging wel gepaard met sociale actie. Zij nam het op voor de rechten van de uitgebuite arbeiders en vooral de arbeidsters die zij aan het werk zag in de textielfabrieken. Zij werd geraakt door de erbarmelijke omstandigheden en het ellendige leven van deze vrouwen. Geloof en sociale gerechtigheid gingen voor Pauline Jaricot hand in hand.


Missie wereldwijd

Haar broer Philéas wilde missionaris worden en was lid van de Missions Etrangères de Paris, een missiegenootschap van wereldheren. Hij studeerde aan het seminarie van Saint Sulpice in Parijs. Hij schreef aan zijn zus dat “één katechist wel 2500 kinderen in stervensgevaar kon doopen, en dat het jaarlijksch onderhoud van zulk katechist slechts 82 francs bedroeg.”

Pauline besloot daarop in actie te komen. Zij werd lid van een vereniging voor de koloniale missiën. Maar dit was niet precies wat zij zocht. Zij wilde iets levendigers, iets dat de geestdrift voor de missie van binnenuit kon oproepen. Zij wilde dat alle katholieken geraakt zouden worden en tot daadwerkelijke hulp zouden overgaan. Daarbij wilde zij niet alleen aan de Franse koloniale missies denken, maar aan alle missies in de wereld. Op een winteravond in 1819 vond Pauline in een plotselinge vlaag van inspiratie de ideale manier van fondsenwerven.


Zelatrices
Pauline bedacht het systeem van groepen van tien mensen, waarvan elk probeerde een nieuwe groep van tien    mensen te vormen. Dit zou dan uitmonden in honderden en op het laatst duizenden groepen. Iedere groep had een leider en elk lid had de plicht om dagelijks een gebed te zeggen en om wekelijks wat geld opzij te zetten. Pauline Jaricot noemde deze vorm van groepsorganisatie ‘de levende rozenkrans’. Het begin was er, het was 1816, Pauline was pas 17 jaar oud. De eerste leden waren de arbeidsters van de fabriek van de zus en zwager van Pauline. Uit diezelfde arbeidsters werden de dames geselecteerd die de groepen in gebed en fondsenwerving moesten leiden: zelatrices.

Genootschap tot Voortplanting van het Geloof

Al gauw stond Pauline aan het hoofd van een groep met duizend mensen. Begin 1822 werd, met toestemming van paus Pius VII ‘Het Genootschap tot Voortplanting van het Geloof’ opgericht. Het was een vereniging met plaatselijke afdelingen waarvan de gelovigen lid konden worden. Het genootschap stond organisatorisch los van bisdom en parochie. De plaatselijke afdelingen waren geen verantwoording schuldig aan de bisschop maar aan het hoofdbestuur van het genootschap.

Het doel van het genootschap was “aan de katholieke missionarissen in alle werelddeelen den noodigen steun te verleenen voor de verspreiding van het H. Evangelie.” De leden moesten bidden voor de missie en een vast bedrag, vastgesteld op een halve stuiver per week, offeren. Zelatrices en zelateurs werden belast met het ophalen van de wekelijkse bijdragen bij de leden thuis.

 

Inspiratie voor anderen

Pauline Jaricot inspireerde anderen tot gelijksoortige initiatieven. Zo werd in 1843 ‘Het Genootschap van de Heilige Kindsheid’ opgericht door de bisschop van Nancy. Hij wilde missionarissen in China geld geven om ongewenste kinderen, die een vreselijk lot ondergingen, vrij te kopen en in weeshuizen onder te brengen, waar zij een christelijke opvoeding zouden krijgen. Een derde algemeen missiegenootschap ontstond in 1889 en was gericht op de opleiding van eigenlandse priesters: ‘Het Liefdewerk van de Heilige Apostel Petrus’. Tenslotte ontstond in 1916 het genootschap voor missionaire bewustwording van priesters in eigen land, de Priester Missie Bond.

 

Pauselijke Missiewerken

In 1922 werden deze vier missiegenootschappen samengevoegd en kregen het predicaat ‘pauselijk’: de Pauselijke Missiewerken waren een feit.

Ook in Nederland vond het intitiatief van Pauline Jaricot navolging. Een van de vruchten was bijvoorbeeld de uitgave van het blad ‘De Kleine Apostel’, het blad van het Genootschap van de Heilige Kindsheid. Later werd het afgekort tot de KLAP.

In vroeger tijden waren de zelateurs en zelatrices bekende figuren aan de deur van de katholieke gezinnen. En hoewel beduidend minder in aantal gaan deze vrijwilligers nog steeds in de parochies geld inzamelen voor de wereldwijde missie.

De inspiratie van het begin is tot op de dag van vandaag vastgehouden en leidraad voor de Pauselijke Missiewerken: gebed en actie.

 

Gaan waar de noden het grootst zijn

Pauline had nog veel meer plannen. ‘Mijn roeping’, zo schreef ze, ‘is niet om mij vast te zetten op één initiatief om daarna de rest te vergeten. Ik wil vrij zijn om te gaan waar de noden het grootst zijn’. Achtereenvolgens richtte zij De Goede Pers op, een reizende volksbibliotheek (1826), de Bank van de Hemel (1830) en de congregatie van de Dochters van Maria (1831). De Bank van de Hemel had Pauline opgericht om de arbeiders van Lyon te hulp te schieten. Maar de bank werd een jammerlijke mislukking, wat voor Pauline een onophoudelijke lijdensweg werd tot aan haar dood. Op 9 januari 1862 sterft zij, berooid en door iedereen vergeten.


Lang geleden begonnen vanuit de roeping van een jonge vrouw, zijn de Pauselijke Missiewerken (kortweg MISSIO) uitgegroeid tot een grote organisatie met afdelingen in ongeveer 130 landen. Mocht u nog eens in Rome komen en op het Piazza di Spagna vertoeven bij de Spaanse trappen, kijk dan even opzij naar het gebouw van Propaganda Fide en denk eens aan Pauline Jaricot die als een van de eersten het belang inzag van steun aan de missie zonder grenzen.

 

Postbus 93140
2509 AC Den Haag
Laan van Nieuw-Oost-Indië 191
Den Haag
E missio@missio.nl
 
T 070 - 304 74 44
F 070 - 381 83 55